Dharma-onderwijs
Terug naar lezingen en artikelen
Hoe het zou kunnen zijn
Het prettige aan een jaarwisseling is dat je met een mooi schoon nieuw jaar mag beginnen. Onbezoedeld in soetra termen, maagdelijk. Er is nog niets verkeerd gegaan. Dat is altijd het fijne aan een begin. Een mooie blanco papier, een nieuw project waar alles nog klopt, als een stralende ochtend vol beloftes.
Ik hou van de start van de meditatie. Ik geef me dan over aan een zitperiode die op dat moment nog onbezoedeld is. Je bent nog niet één keer in gedachte verzeild geraakt. Je rug en benen voelen nog fris. Je mooie rechte houding vormt zich nog als vanzelf.
Maar op een gegeven moment is dat niet meer zo. Er komen allerlei gedachten langs, je voelt je lichaam, je corrigeert je houding en corrigeert vervolgens je correctie. De meditatie voelt niet meer zo schoon en netjes.
We zeggen altijd dat dat erbij hoort. Sterker nog, dan begint de meditatie pas echt te werken, letterlijk en figuurlijk. Hierop is ook de uitdrukking: de geest van een beginner van toepassing. Probeer maar eens netjes en volledig open en aandachtig te zijn als het allemaal piept en kraakt. Probeer maar eens volledig hier aanwezig te zijn als je net een hele poos volledig weg bent geweest, waar dat dan ook was.
Toch is die bezoedeling inherent aan het bestaan. De avondsoetra zegt dan ook: "alles is bezoedeling, vertroebeling, aarde, stof".
Blijkbaar zoedelen* we elke dag, de hele dag door. En een nieuw begin is blijkbaar niet meer dan een korte blik op hoe de wereld er óók uit zou kunnen zien, als we niet gewoon mensen waren, met een gewone menselijke natuur.
* Zoedelen: Letterlijke betekenis (verouderd): Vies maken, bevuilen, bedorven maken (bijvoorbeeld door slecht te koken).

